Slim met geld, vrij in het leven
Je bent hier: HomeBudget & sparenDe 50/30/20-regel werkte niet voor mij. Dit wel.
Budget & sparen

De 50/30/20-regel werkte niet voor mij. Dit wel.

Geplaatst op 6 maart 2026 · door Suzanne van Duijn · 2 min leestijd
De 50/30/20-regel werkte niet voor mij. Dit wel.

De 50/30/20-regel is de bekendste budgetvuistregel die er is: 50 procent van je netto-inkomen naar noodzakelijke uitgaven, 30 procent naar leuke dingen, 20 procent naar sparen en aflossen. Simpel, memorabel, en in mijn situatie volstrekt onbruikbaar.

Ik schrijf dit niet om de regel af te branden — voor sommige mensen werkt hij prima. Maar het is nuttig om te weten waarom hij bij jou misschien niet past, want dan ga je niet denken dat het aan jou ligt.

Waarom hij bij mij vastliep

Vijftig procent is niet haalbaar bij de huidige huren

Mijn vaste lasten zijn 1.225 euro, waarvan 895 huur. Om die binnen vijftig procent te krijgen zou ik netto 2.450 euro per maand moeten hebben, elke maand. Voor heel veel mensen — en zeker in een huurappartement in een stad — is die vijftig procent gewoon niet realistisch. Als je vaste lasten 60 of 65 procent zijn, mislukt de regel niet: hij was al mislukt voordat je begon.

De regel komt oorspronkelijk uit een Amerikaanse context met andere woonlasten. Hij is nooit voor de Nederlandse huurmarkt bedacht.

Hij gaat uit van een vast inkomen

Percentages van een wisselend inkomen geven een wisselend budget. In een goede maand mag ik dan meer uitgeven aan boodschappen, in een slechte minder. Maar mijn boodschappen zijn elke maand ongeveer hetzelfde. Het is precies andersom: mijn uitgaven zijn vast en mijn inkomen varieert.

Hij zegt niets over wanneer

Twintig procent sparen zegt niets over de tandartsrekening in maart en de gemeentelijke aanslag in mei. Een verdeling in percentages houdt geen rekening met het feit dat sommige kosten één keer per jaar komen — en precies daar gingen mijn budgetten altijd stuk.

Wat ik ervoor in de plaats doe

Geen percentages, maar een basisbedrag met een watervalverdeling.

Ik reken met het laagste maandinkomen van de afgelopen twaalf maanden (bij mij 2.150 euro). Daarop is mijn hele huishouden gebaseerd: vaste lasten, boodschappen, potjes, sparen. Alles wat daarboven binnenkomt, is per definitie extra en gaat via een vaste verdeling weg: 60 procent buffer, 20 procent belasting, 20 procent vrij.

Het effect is dat een slechte maand geen slechte maand is. Hij is gewoon een maand. En een goede maand voelt ook echt als vooruitgang, omdat het extra geld ergens heen gaat in plaats van geruisloos op te lossen in het saldo.

Wat ik van de regel wél heb overgenomen

  • Het idee van drie emmers. Moeten, willen, later. Die driedeling klopt — alleen de verhoudingen niet.
  • Dat "willen" een eigen plek verdient. Een budget zonder ruimte voor leuke dingen houdt niemand vol. Bij mij is dat 250 euro per maand en dat is geen restpost.
  • Dat je één getal moet hebben dat je onthoudt. Bij mij is dat het basisbedrag.

De les

Elke vuistregel is een gemiddelde van iemand anders. Als hij bij jou niet past, ligt dat waarschijnlijk niet aan je discipline maar aan het feit dat jouw huur, jouw inkomen of jouw ritme anders is. Neem het idee over, gooi de getallen weg en vul je eigen getallen in.

Hoe mijn versie er precies uitziet, staat in Mijn budget past op één A4.

xo, Suzanne
S
Suzanne van Duijn
Suzanne (38) woont in Utrecht, werkt als zelfstandig tekstschrijver en houdt sinds 2025 bij wat er met haar geld gebeurt. Ze schrijft over vaste lasten, budget en het opbouwen van een leven dat niet van één opdrachtgever afhangt.
Geplaatst in Budget & sparen

Reacties zijn gesloten.

Gerelateerde berichten