Jarenlang stond alles op één rekening. Salaris erop, alles eraf. Als er halverwege de maand 900 euro stond, had ik geen idee of dat veel of weinig was — er moest nog van alles af, maar wat precies wist ik niet. Dus gaf ik uit alsof het veel was, en aan het eind van de maand bleek het weinig.
Dat probleem is niet op te lossen met beter opletten. Het is op te lossen met meer rekeningen.
Mijn vijf
1. De doorgeefrekening
Hier komt alles binnen. Er staat nooit iets op: op de dag van binnenkomst gaat alles door naar de andere vier. Deze rekening is een verdeelstation, geen portemonnee.
2. De vaste-lastenrekening
Hier staan alle automatische incasso's op: huur, energie, internet, verzekeringen, abonnementen. Ik boek er elke maand precies het bedrag naartoe dat eraf gaat, plus een klein buffertje van vijftig euro voor het geval er iets duurder is geworden.
Het mooie: ik hoef nooit meer na te denken over of er genoeg staat voor een incasso. En als het buffertje na een paar maanden op is, weet ik meteen dat er ergens een last is gestegen.
3. De weekrekening
Boodschappen en dagelijkse dingen. Hier gaat mijn pinpas naartoe. Dit is de enige rekening waar ik in het dagelijks leven mee betaal, en het saldo is dus letterlijk "wat ik nog kan uitgeven". Geen hoofdrekenen meer.
4. De jaarrekening
Voor alles wat één of twee keer per jaar komt: gemeentelijke belastingen, de tandarts, de wegenbelasting, cadeaus in december, de fietsverzekering. Ik heb die kosten één keer opgeteld, gedeeld door twaalf, en dat bedrag gaat er maandelijks naartoe.
Dit is het potje dat het meeste rust heeft opgeleverd. De aanslag van de gemeente was vroeger een klap; nu is het een bedrag dat al klaarstond.
5. De buffer
Bij een andere bank, expres iets minder makkelijk bereikbaar. Zie Buffer opbouwen als je maandelijks niets overhoudt.
Als zzp'er: nog één
Ik heb er eigenlijk zes. De zesde is de belastingrekening, waar bij elke betaalde factuur meteen een vast percentage naartoe gaat voor inkomstenbelasting en btw. Dat geld is nooit van mij geweest en moet dus ook nooit op mijn eigen saldo staan te wachten. Meer daarover in Administratie in 45 minuten per maand.
Wat het kost
Bij de meeste Nederlandse banken kun je gratis meerdere spaarrekeningen of "potjes" openen onder één betaalrekening. Alleen de weekrekening en de vaste-lastenrekening zijn bij mij echte betaalrekeningen; de rest zijn spaarpotjes. Extra kosten: nul, of een paar euro per maand als je een tweede betaalrekening wilt.
De valkuil
De verleiding om tussen potjes te schuiven. Als de weekrekening op is en de jaarrekening staat vol, is het verleidelijk om even wat over te maken. Dan heb je een ingewikkelde manier van één rekening gebouwd.
Mijn regel: schuiven mag, maar dan schrijf ik op waarom en pas ik de maand erna het bedrag aan. Meestal blijkt dan dat een potje structureel te krap staat, en dat is nuttige informatie — geen falen.
Het echte effect
Ik hoef niet meer te weten wat ik uitgeef. Ik hoef alleen naar één saldo te kijken: dat van de weekrekening. Staat daar geld, dan kan het. Staat daar niets, dan kan het niet. Alle andere verplichtingen zitten al veilig op hun eigen plek.
Dat is de hele winst, en het is groter dan het klinkt: het scheelt tientallen kleine beslissingen per maand.



