Toen mijn energiecontract afliep, kwam ik erachter dat ik de keuze eigenlijk niet begreep. Ik wist dat er vaste en variabele contracten bestonden, en ik had ergens gelezen dat dynamisch goedkoper kon zijn. Maar wat het verschil betekende voor iemand met mijn verbruik, in mijn appartement, met mijn zenuwen — daar had ik geen idee van.
Ik heb er een avond voor gaan zitten. Dit is wat ik ervan begreep, in gewone taal.
Vast: je weet wat je betaalt
Bij een vast contract staat de prijs per kWh en per m³ voor de hele looptijd vast, meestal één, twee of drie jaar. Gaat de marktprijs omhoog, dan merk je er niets van. Gaat hij omlaag, dan merk je er ook niets van — en dan zit je vast aan een tarief dat je buurman inmiddels lager heeft.
Je betaalt voor die zekerheid. Leveranciers rekenen een opslag omdat zij het risico dragen. Een vast contract is dus zelden het allergoedkoopste over de hele looptijd; het is het meest voorspelbare.
Variabel: elk halfjaar opnieuw
Bij een variabel contract past de leverancier de tarieven periodiek aan, meestal per 1 januari en 1 juli. Je zit nergens aan vast en je kunt maandelijks opzeggen. Het nadeel is dat je twee keer per jaar een brief kunt krijgen waarin staat dat je maandbedrag omhoog gaat, en dat je daar niets tegen kunt doen behalve overstappen.
Dynamisch: de prijs van dit uur
Bij een dynamisch contract betaal je de inkoopprijs van de energiebeurs, per uur, met een vaste opslag erbij. Was stroom vanochtend om vier uur bijna gratis, dan betaal je bijna niets. Draaide je de vaatwasser om zes uur 's avonds, dan betaal je het piektarief.
Dit kan echt goedkoper uitpakken, maar alleen als je je gedrag aanpast. Je moet je wasmachine, vaatwasser en laadpaal kunnen verschuiven naar de goedkope uren. Heb je thuiswerkende bewoners, kleine kinderen of een badkamerplanning die niet te verzetten is, dan blijft dat voordeel grotendeels theoretisch.
Waar ik uiteindelijk op lette
Ik begon met de verkeerde vraag: "welke is het goedkoopst?" Die vraag kun je niet beantwoorden, want het antwoord hangt af van prijzen die er nog niet zijn. De vraag die ik uiteindelijk stelde was: welke variant verpest mijn maand als het tegenzit?
Voor mij was dat doorslaggevend. Mijn inkomen wisselt al per maand. Ik heb geen behoefte aan een tweede variabele. Een vast contract kost mij waarschijnlijk iets meer over de looptijd, en dat is precies wat ik ervoor wil betalen.
Drie dingen die ik bijna over het hoofd zag
- Je eigen jaarverbruik. Vergelijkers vullen standaard een "gemiddeld huishouden" in. Dat is bij mij ruim een derde te hoog. Pak je jaarafrekening en vul de echte kWh en m³ in, anders vergelijk je appels met een huishouden dat niet bestaat.
- De vaste leveringskosten. Naast de prijs per eenheid rekent elke leverancier een vast bedrag per maand. Bij een laag verbruik weegt dat zwaarder dan het kWh-tarief.
- De welkomstbonus. Een cashback van honderd euro maakt het eerste jaar mooier dan de vier jaar daarna. Reken hem eruit als je twee contracten vergelijkt, en kijk naar het tarief zelf.
Wat ik ervan vind, een jaar later
Ik heb gekozen voor vast, en ik heb geen moment spijt gehad — niet omdat het financieel de beste keuze was (dat weet ik niet eens zeker), maar omdat ik er sindsdien niet meer aan denk. Dat is voor mij de opbrengst.
Wat ik wél anders heb gedaan bij de daaropvolgende overstap: ik heb toen ook naar de herkomst van de stroom gekeken, en niet alleen naar het bedrag. Daarover gaat Groene stroom zonder groene prijs en later in mijn review van Pure Energie, waar ik uiteindelijk terechtkwam.
Let op: tarieven en voorwaarden veranderen snel. De bedragen in dit artikel zijn van oktober 2025. Controleer altijd de actuele voorwaarden voordat je iets afsluit.



