Tweedehands kopen levert veel op, maar er zit een addertje onder: het kan een tijdrovende hobby worden. Ik heb weekenden verspild aan scrollen door advertenties voor een kast die ik uiteindelijk niet kocht. Dat is geen besparing, dat is een dure vorm van tijdverdrijf.
Inmiddels heb ik er een systeem voor dat me bijna geen tijd kost. Zo werkt het.
Zoekopdrachten opslaan in plaats van zoeken
De belangrijkste verandering: ik zoek niet meer. Ik sla een zoekopdracht op met een maximumprijs en een straal om mijn postcode, en zet er een melding op. Dan komt het aanbod naar mij toe in plaats van andersom.
Bij twee dingen heeft dit maandenlang gelopen — een eettafel en een bakfiets — en beide kwamen uiteindelijk langs voor ongeveer een derde van de nieuwprijs. Ik heb er geen minuut naar gezocht.
Zoek ook op de spelfouten
Dit is het beste trucje dat ik ken. Advertenties met een typefout in de merknaam worden door niemand gevonden en blijven daardoor lang staan, vaak met een lagere prijs. Zoek dus niet alleen op de juiste schrijfwijze, maar ook op de voor de hand liggende verhaspelingen.
Hetzelfde geldt voor advertenties zonder foto of met een slechte titel ("kast te koop"). Weinig kijkers, dus meer ruimte om te onderhandelen.
De ophaalregel
Ik koop alleen wat ik binnen dertig minuten reizen kan ophalen. Zonder die regel ga je op zaterdag anderhalf uur rijden voor een stoel van twintig euro, en dan is het geen besparing meer.
Bij grote spullen spreek ik af dat ik betaal bij het ophalen, na het bekijken. Bij verzending betaal ik nooit vooraf buiten het beveiligde betaalsysteem van het platform om — dat is de standaardtruc bij oplichting, en die verhalen ken je.
Waar tweedehands bijna altijd loont
- Massief houten meubels. Gaan decennia mee en zijn tweedehands vaak beter dan nieuw in dezelfde prijsklasse.
- Kinderspullen. Worden per definitie kort gebruikt. Uitzondering: autostoeltjes, die koop ik nieuw — je weet niet of er een ongeluk mee is geweest.
- Gereedschap. Oud gereedschap is vaak degelijker gemaakt dan het goedkope nieuwe spul.
- Boeken, sportspullen, serviesgoed. Altijd.
Waar ik het niet doe
- Matrassen. Nee.
- Elektrische apparaten met een accu. Accu's slijten en zijn vaak het duurste onderdeel.
- Alles waar garantie het belangrijkste is. Een wasmachine van vijf jaar oud voor honderd euro klinkt goed tot hij na vier maanden stukgaat.
Wat het bij ons opleverde
Ik heb het niet precies bijgehouden, maar de grootste vier aankopen van het afgelopen jaar — eettafel, bureaustoel, boekenkast en bakfiets — kostten samen ongeveer 480 euro. Nieuw was dat ergens tussen de 1.400 en 1.800 geweest. En de eettafel is mooier dan wat ik nieuw had kunnen betalen; hij is van iemands oma geweest en dat zie je.
Dat laatste is trouwens een bijeffect dat ik niet had verwacht. Spullen met een geschiedenis gooi je minder snel weg. Dat scheelt op de lange termijn misschien nog wel meer, zie ook Zeven dingen die ik nooit meer nieuw koop.



