Ik heb twee keer geprobeerd om in één weekend het hele huis op te ruimen. Beide keren eindigde het met een woonkamer vol dozen op zondagavond, een humeur onder nul, en het grootste deel dat weer terug de kast in ging.
Wat wel werkte: één kast per maand. Twaalf maanden, twaalf kasten. Op een zaterdagochtend, met een limiet van twee uur.
Hoe ik het deed
De methode is simpel genoeg om op te schrijven in drie regels:
- Alles eruit, op de grond. Alles.
- Vier stapels: houden, verkopen, weggeven, weggooien.
- Alleen wat je terugzet mag terug. Wat op de grond blijft liggen omdat je twijfelt, gaat weg.
Die laatste regel is de enige die ertoe doet. Twijfel is het antwoord. Bij dingen die je echt wilt houden, twijfel je niet.
De opbrengst in geld
| Aantal | Opbrengst | |
|---|---|---|
| Verkocht (tweedehandssites) | 63 items | € 1.104 |
| Weggegeven (kringloop, buren, weggeefgroep) | ca. 180 items | — |
| Weggegooid | ca. 4 kliko's | — |
Elfhonderd euro is meer dan ik had verwacht, en het meeste kwam uit een handvol dingen: een oude spiegelreflexcamera, een gitaar waar ik in 2019 twee keer op heb gespeeld, en een doos elektronica.
Dat geld is volledig naar de buffer gegaan, wat achteraf het beste besluit was — anders was het opgegaan aan nieuwe spullen en dan had ik een cirkel gedraaid.
Het inzicht dat me het meest raakte
Toen ik de verkoopprijzen naast de aankoopprijzen legde, kwam ik op iets ongemakkelijks uit. Die 63 items hadden me nieuw ergens rond de 4.700 euro gekost. Ik kreeg er 1.104 voor terug.
Dat verschil van 3.600 euro is niet "verlies bij verkoop". Het is wat het me heeft gekost om die spullen een paar jaar in een kast te hebben. En bij het grootste deel kon ik me niet eens herinneren waarom ik het had gekocht.
Dat is uiteindelijk de reden dat ik ben begonnen met de 30-dagenlijst. Niet omdat ik minder wilde bezitten, maar omdat ik zag hoeveel geld er in een kast lag te verdampen.
Vier plekken waar het meeste zat
- De kelderberging. Alles wat je "voor later" bewaart. Later kwam niet.
- De keukenla met apparaten. Een yoghurtmaker, een frietsnijder, een blender die ik nooit schoon kreeg.
- Kleding. Zie Kleding: mijn regel van tien.
- Kabels en elektronica. Ik had zeventien opladers. Ik heb vier apparaten.
Wat ik expres heb gehouden
Boeken. Ik heb honderden boeken en ik heb er twaalf weggedaan. Bij het opruimen krijg je een soort momentum waarin álles weg moet, en dat is een valkuil: je gooit dan dingen weg waar je wel om geeft, omdat het zo lekker gaat.
Opruimen is geen wedstrijd. Het doel is niet een leeg huis. Het doel is dat wat er staat, er staat omdat je het wilt.
Een jaar later
Ik dweil niet meer om dozen heen en ik kan alles vinden. Maar het effect dat me het meest verbaast, is dat mijn kasten leeg zijn gebléven. Ik denk dat dat komt doordat ik het langzaam heb gedaan: twaalf maanden lang elke maand een keer geconfronteerd worden met wat je koopt, verandert wat je koopt.



