Boodschappen zijn de post waar iedereen het over heeft, en waar ik het langst niets aan heb gedaan. Dat komt omdat het advies dat je erover leest meestal neerkomt op "eet goedkoper" — rijst, pasta, geen vlees. Ik wilde niet goedkoper eten. Ik wilde minder betalen voor hetzelfde eten.
Ik hield een half jaar bij wat ik uitgaf: gemiddeld 120 euro per week voor twee personen. Nu zit ik rond de 78. Geen enkele van de onderstaande veranderingen ging over minder of soberder eten.
1. Één keer per week in plaats van vier keer
Dit was verreweg het grootste effect. Ik ging vroeger drie, vier keer per week even langs de supermarkt op weg naar huis. Elk bezoek eindigde met vijf dingen die niet op mijn lijstje stonden. Vier keer vijf impulsartikelen is twintig impulsartikelen per week.
Nu ga ik op zaterdagochtend één keer, met een lijst. Als er doordeweeks iets op is, wachten we tot zaterdag of lossen we het op. Alleen deze verandering scheelde me ruim twintig euro per week.
2. Een weekmenu van vijf, niet van zeven
Ik heb geprobeerd om zeven dagen vooruit te plannen en dat lukte nooit. Er komt altijd een avond tussen waarop je uit eten gaat, of waarop niemand zin heeft. Dan blijft er eten over dat bederft.
Vijf maaltijden plannen en twee dagen openlaten werkt wel. Die twee dagen zijn voor restjes, voor een keer patat, of voor de dag waarop je bij iemand eet. Sinds ik dat doe, gooi ik bijna niets meer weg — en weggooien is de duurste vorm van boodschappen doen die er is.
3. Kijken naar de kiloprijs, niet naar de aanbieding
De prijs per kilo of liter staat verplicht op het schap, meestal in klein grijs. Dat is het enige getal dat vergelijken mogelijk maakt. "2 halen 1 betalen" op een duur merk is vaak nog steeds duurder dan het huismerk zonder actie.
Ik ben een tijdje bewust op dat kleine getal gaan letten, en na een paar weken deed ik het automatisch. Het kost geen extra tijd zodra je het gewend bent.
4. Huismerk als standaard, met een lijstje uitzonderingen
Ik heb ooit een blind proefexperiment gedaan met mijn vriend: acht producten, huismerk versus A-merk. Bij vijf proefden we geen verschil. Bij drie wel — koffie, pindakaas en mayonaise. Die drie koop ik nu als merk en de rest als huismerk.
Dat is wat anders dan "koop altijd huismerk". Als je iets echt lekkerder vindt, hou je het niet vol. Maar de standaard omdraaien — huismerk tenzij — scheelt structureel.
5. Nooit hongerig, nooit haastig
Het klinkt als een cliché omdat het er een is, maar het effect is groot. Ik doe boodschappen op zaterdag na het ontbijt. Als ik het na een werkdag doe, om zes uur, met honger, koop ik gegarandeerd iets kant-en-klaars van zeven euro en drie dingen erbij.
6. Groente en fruit van de markt
Op zaterdag staat er een markt op tien minuten lopen. Groente en fruit zijn daar structureel goedkoper dan in de supermarkt, vooral aan het eind van de ochtend. Ik combineer het met de wandeling erheen, dus het kost me geen extra tijd. Dit is de enige tip in dit lijstje die van je locatie afhangt — heb je geen markt in de buurt, dan vervalt hij gewoon.
Wat ik heb geprobeerd en heb laten vallen
- Kortingsapps en digitale zegeltjes. Ik heb er drie geprobeerd. Ze leverden een paar euro per maand op en kostten me elke week vijf minuten. Belangrijker: ze duwen je naar producten die je anders niet had gekocht. Netto weet ik niet zeker of ik erop vooruitging.
- Naar drie verschillende supermarkten voor de aanbiedingen. De besparing viel weg tegen de tijd en het risico op extra aankopen.
- Grootverpakkingen. Alleen zinnig bij dingen die niet bederven en die je zeker opmaakt. Bij ons: wasmiddel en toiletpapier. Niet: kaas van een kilo, waar de laatste vierhonderd gram van in de prullenbak eindigde.
Het rekensommetje
42 euro per week is 2.184 euro per jaar. Dat is meer dan wat mijn hele vaste-lastenronde opleverde, en het kostte me geen enkel telefoongesprek. Alleen een andere zaterdagochtend.



